De psychologie van schuld: waarom we onszelf verontschuldigen en anderen veroordelen

Een kort essay dat deze week in Chinese media circuleert, opent met een uitspraak die wordt toegeschreven aan Charlie Munger, de overleden Amerikaanse investeerder en jarenlange partner van Warren Buffett: de menselijke natuur zit vol gebreken, en een buik vol wrok en walging dragen is simpelweg jezelf straffen. De echte slimmen, zo suggereert het citaat, stellen de menselijke natuur nooit mooier voor dan ze is. Ze respecteren haar, werken ermee en leven voluit in plaats van de strijd aan te gaan met haar tekortkomingen.
Het essay gaat dan van het citaat over naar een gewoonte die bijna iedereen deelt. Mensen zijn snel met het vinden van redenen voor hun eigen gedrag en even snel met het vellen van harde oordelen over de keuzes van anderen. Als we deze neiging niet opmerken, betoogt het stuk, kunnen we egoïsme in anderen gaan haten terwijl we het in onszelf stilletjes verdedigen.
De illustratie is bewust alledaags. Twee mensen solliciteren naar dezelfde baan. Degene die verliest, kan besluiten dat de winnaar een intrigant is; de winnaar concludeert dat hij simpelweg capabeler was. Geen van beide partijen heeft alle feiten, toch voelen beiden zich zeker over de motieven van de ander. Het essay ziet dit niet als een morele tekortkoming maar als een standaardinstelling van de geest.
De voorgestelde remedie is geen cynisme. Mungers punt, zoals het stuk het leest, is dat perfectie verwachten van mensen je voorbereidt op teleurstelling en woede, terwijl het accepteren van onvolmaaktheid ruimte maakt voor geduld. De slimme persoon stopt met proberen de menselijke natuur te corrigeren en begint eromheen te ontwerpen — in hoe hij vrienden kiest, onderhandelt over werk en vreemden beoordeelt.
Het essay behoort tot een populair genre in het Chinese online schrijven: korte, op citaten gebaseerde reflecties over hoe je met anderen samenleeft. Zulke stukken verspreiden zich wijd op platforms als Toutiao, waar alledaagse lezers ze delen als herinneringen in plaats van als argumenten. Ze bieden zelden data; hun aantrekkingskracht ligt in het benoemen van een gevoel dat lezers al herkennen.
Die herkenning is de motor. Het sollicitatievoorbeeld werkt omdat bijna iedereen zich een moment kan herinneren waarop hij kwade trouw aannam bij een rivaal en goede trouw bij zichzelf. De impliciete bewering van het essay is dat het zien van het patroon de eerste stap is om het te doorbreken.
Er zit ook een zachtere boodschap onder. Als gebreken universeel zijn, dan zijn zelfvergeving en vergeving van anderen twee kanten van dezelfde medaille. Het stuk eindigt met de oproep aan lezers om niet te blijven worstelen met menselijke zwakte maar om er ruimhartig binnen te leven — een klein, draagbaar advies dat veel verder reikt dan zijn oorspronkelijke context.